Het ene kind is het andere niet

Ik las een artikel via Mama Baas. Over het feit dat sommige kinderen nu eenmaal makkelijker zijn dan andere. Dat het heus niet altijd aan de ouders ligt. Aan de opvoeding. “Bij mij zou het niet waar zijn”. Toegegeven, dat dacht ik vroeger soms ook. Ik schreef ook eerder al hoe naïef dat van mij was. Als ik zo’n artikel lees, word ik altijd terug gekatapulteerd in de tijd.  In het artikel wordt vooral het verschil op het gebied van slaap beschreven, iets wat hier duidelijk ook niet hetzelfde is bij nummer twee.

We hebben een aantal principes als ouders, mijn man en ik. We zitten op dezelfde golflengte, verschillen gelukkig niet gigantisch hard van mening. Eén van die principes is: je laat een baby (of peuter) niet huilen tot hij het opgeeft. Voor ons betekent huilen dat je kind een behoefte heeft. En ja, die behoefte kan “nood aan aandacht” zijn. Aandacht, of liefde, of geruststelling dat je er bent voor hen, noem het zoals je wil. Je kan dat interpreteren als een sluwe manier van je kind om zijn goesting te krijgen. “Haha, als ik maar hard genoeg ween, dan komen ze wel.” Zet de babyfoon maar af en negeer het gekrijs, anders gaat je baby van je profiteren. Wij doen dat niet en geven gehoor aan het huilen. Altijd.

Onze oudste lieten we dus nooit zomaar huilen. Als ze de slaap niet kon vatten, deden we wat nodig was. Met haar rondlopen, haar nog eens knuffelen, haar voeden, over haar rugje wrijven, … Uiteindelijk ging ze na een aantal maanden vlot slapen en sliep ze de nacht door toen ze tien maanden was. Prima. We hadden het gevoel dat we dat goed hadden gedaan: we hadden haar het vertrouwen gegeven dat haar bedje een veilige plek was en dat we er ALTIJD zouden zijn voor haar als ze ons nodig had, om welke reden ook. High five!

Met de jongste probeerden we dan ook vanaf dag 1 dezelfde aanpak. Alleen bleef die vaak ook krijsen terwijl we met hem rondliepen. Hem voeden lukte alleen als hij bij voorbaat héél rustig was en er geen enkele externe prikkel was, anders was het niet drinken, maar verzuipen wat hij deed. Hem knuffelen was moeilijk, als hij zich zodanig hard van je afduwde, dat je hem bijna liet vallen. Mijn decolleté stond geregeld vol krabwondjes, omdat hij zo wild tekeer ging in mijn armen.

“Laat hem anders even huilen”, zeiden mensen. Niet alleen ging dat ontzettend hard in tegen onze principes, we wisten ook zeker dat dit gewoon niet zou werken bij hem. Die ene keer, toen hij een paar weken oud was en meer dan een uur aan één stuk krijste in de auto, bewees dit. Opgeven stond niet in zijn woordenboek, nu nog steeds niet.

Opnieuw deden we wat nodig was. Ja, dat betekende dat we 14 uur deden over een rit van 800 kilometer toen we op reis gingen, omdat we hem telkens in slaap wandelden op één of andere parking langs de autostrade, hem gauw in de maxicosi propten en rap-rap vertrokken, in de hoop dat hij toch een half uurtje zou slapen terwijl we reden. Ja, dat betekende dat mijn man elke avond uren aan een stuk rond de tafel liep met de baby in de draagdoek en een e-reader in zijn hand, terwijl ik al ging slapen om 20u. Ja, het betekende ook dat we ’s nachts elke keer opnieuw zochten naar manieren om hem te kalmeren, als hij weer eens ontroostbaar wakker werd na een slaapcyclus van 45 minuten. En dat de hele nacht door, tot 8 keer toe.

Ja, hij werd binnenstebuiten gekeerd en nee, behalve zijn laryngomalacie, was er geen medische oorzaak. Het zat tussen zijn oren. We werden via het ziekenhuis doorverwezen naar een kinderpsychologe. “Hij ontwikkelt zich zo snel, dat hij zichzelf niet kan volgen.” “Hij is ongelooflijk alert voor zijn leeftijd!” “Laat hem vooral niet huilen, want hij heeft jullie NODIG.” Er werd bevestigd wat we dachten, maar een echte oplossing was er niet. Manieren zoeken om het zélf vol te houden, dat was de boodschap. We hoorden meermaals van andere mensen: “amai, ik snap niet hoe jullie het volhouden, zenne!” Alsof andere opties (hem opgeven voor adoptie ofzo?) aanvaardbaar waren. En trouwens, eigenlijk hielden we het helemaal niet vol. Ik toch niet.

Crash, boom, bang. Meermaals. Denken: ik ga gewoon weg en kom niet meer terug. Ik stuurde naar vriendinnen: “Ik hoef hem niet meer. Kom hem maar halen.” Hij huilde, ik huilde met hem mee. Mix een PTSS met een huilbaby die verschrikkelijk slecht slaapt, geloof mij, dat is geen winnende combo. Had hij zelf ook een trauma? Wie zal het zeggen…

Alles gaat ooit voorbij, ook al lijkt dat op dat moment echt niet zo. We’ve come a long way. Hij wordt nog steeds vaak wakker ’s nachts en kan nog steeds mijn zenuwstelsel op de proef stellen met zijn gekrijs. Er zijn nog steeds momenten dat hij doet alsof ik hem martel, wanneer ik zijn luier wil verschonen of hem in bed probeer te leggen. Het gevoel dat ik hem niet meer zou willen missen, is gelukkig vele malen groter dan het gevoel dat ik toen soms had. Het gevoel dat ik liever niet uitspreek, maar waar de mensen die dicht bij me stonden wel getuige van waren.

Twee kinderen uit dezelfde nest kunnen dus inderdaad suuuuuperhard verschillen. Voor wie nog steeds twijfelt (want geloof het of niet, er zijn écht mensen die dat blijkbaar doen): NEE, we hebben geen behoefte om te ontdekken of een derde kind nu meer op de eerste of op de tweede zou lijken!!!

 

 

Advertenties

Multitasking

Naar het schijnt zijn vrouwen goed in multitasking. Mijn oma zat te breien terwijl ze naar het nieuws keek. Bijna alle vrouwen die ik ken, strijken voor tv. De krant lezen en ondertussen naar de radio luisteren. Een gesprek met je gasten voeren, terwijl je staat te koken. Dat soort dingen.

Ondergetekende kan niets van dat. Als ik het probeer, lukken beide taken maar half, of zelfs dat niet. Ik moet me op één ding focussen, anders bak ik er niets van. Als ik eenmaal geconcentreerd bezig ben, kan ik soms alles rondom mij vergeten. Ik hoorde mijn ouders niet meer, wanneer ik als kind in de zetel het ene boek na het andere verslond. Je moet pauzeren tijdens het studeren, maar als ik echt in the zone zit, ga ik uren door. Pauzeren staat voor mij gelijk met het doorbreken van mijn concentratie en daarna heb ik moeite die concentratie terug te vinden.

Ik kan niet alleen slecht multitasken op één welbepaald moment. Ik ben ook niet zo goed in aandacht schenken aan verschillende dingen gedurende een bepaalde periode in mijn leven. Ik heb meerdere interesses, maar als ik ergens in duik, heb ik het moeilijk om ondertussen de rest niet te verwaarlozen. Stort ik me op het sporten, vind ik andere hobbies opeens minder interessant. Ga ik als een bezetene te keer in mijn moestuin, “vergeet” ik te lopen. En te bloggen. En ga zo maar verder.

Je kent die circusact wel, waarbij iemand borden laat draaien op van die lange stokken. Af en toe gaat hij aan één bordje draaien en de rest draait ondertussen verder. Hoe meer borden er blijven draaien, hoe spectaculairder. Door mijn brede interesseveld, start ik regelmatig een nieuw bordje op. Ik geef er een flinke draai aan en verbaas me over hoe mooi, fascinerend, origineel en uniek ik het bordje vind. Ik draai opnieuw. Wauw, dit is echt helemaal mijn ding! Rondom me beginnen andere bordjes tegen de grond te kletteren. BOENK, daar gaat dat ene boek dat ik aan het lezen was. KLATS, hier valt een voorraadkast vol exotische, maar vervallen ingrediënten tegen de vlakte. SPLAT, daar gaat de blog weer op zijn gat.

Het nieuwe bordje wordt ondertussen minder spannend. Ik heb het binnenstebuiten gekeerd. Ken het als mijn broekzak. Het nieuwe is er vanaf. Ik kijk rond, struikel over de scherven van de gevallen bordjes en zie enkele bordjes wankelen op hun stok. Nog even, en ze veranderen ook in een hoop puin. Scherven brengen geluk, maar deze scherven komen met een kostprijs. Aandacht, moeite, toewijding. Vaak slaag ik er wel in de belangrijke bordjes weer te lijmen en opnieuw aan het draaien te krijgen. Anderen laat ik voor wat ze zijn. Nee, dat scrapbooken was eigenlijk gewoon echt niets voor mij. Hallo, 2dehands.be!

Mijn aandacht verdelen over de verschillende aspecten in mijn leven, het blijft toch een uitdaging. Zolang ik beschik over de juiste lijm en de nodige goeie moed, is er echter niet veel aan de hand. Wie ligt er wakker van? Als ik dat niet doe, waarschijnlijk niemand.

Ik liep twee maanden niet. Blogde bijna twee maanden niet. Spendeerde belachelijk veel tijd in mijn moestuin en kocht enkele extreem interessante boeken over emo-eten en mindful afvallen. Vakliteratuur, maar toch ook toepasbaar op mezelf. Win-win. Amai, is het al zo laat? Hoe lang heb ik zitten lezen?

Nu zoek ik een 10km wedstrijd en ondertussen krijg ik een idee voor een blogpost. Degene die je nu aan het lezen bent. En voilà, er zijn weer enkele bordjes aan het ronddraaien. Als jullie nu eens af en toe helpen draaien, dan kan mijn lijm gewoon in de kast blijven staan.

#reasonsmykidiscrying

Omdat het waait.

Omdat de bomen bewegen door de wind, maar nog meer omdat haar hààr beweegt door de wind (schandàlig).

Ook omdat er vuilniszakken langs de kant van de weg staan (hoe dúrven ze?!).

Omdat de zonnekap van de buggy toe is, maar nog meer omdat ze deze niet mag open doen van mij (ze mag nooit niks!).

Ook omdat ik haar op de wc hef, in plaats van dat ze er zelf op kruipt (zelluf doen!).

Omdat de zon schijnt als ik haar uit bed haal, maar nog meer omdat ik zeg dat ik de zon niet kan laten verdwijnen (ik heb ook echt NIKS voor haar over).

Of omdat ik haar niet kan pakken als ik moet koken, omdat ík haar “La vache qui rit” kaasje opendoe in plaats van zij, omdat ik haar de verkeerde lepel geef, of de verkeerde beker, of het verkeerde kommetje, het verkeerde speldje in haar haar, 2 staartjes in plaats van 1, warme sloefjes in plaats van haar zwembadsloefjes, niet genoeg kusjes, te veel kusjes, …

Mijn peuter-of-is-ze-nu-eigenlijk-al-een-kleuter heeft het geregeld ontzettend moeilijk. Met zichzelf en met iedereen om haar heen. Ze heeft zo haar ideeën over hoe de dingen horen te gebeuren. Ongeschreven wetten. Alleen veranderen de wetten voortdurend, waardoor je eigenlijk nooit kan weten wat haar gaat triggeren. Je wil niet toegeven aan al haar grillen, want jij bent tenslotte nog altijd de ouder. Anderzijds kan je een ontploffing soms vermijden door haar net op tijd haar zin te geven. Het is het niet altijd waard om per se je eigen mening door te drijven. Pick your battles.

Soms is het grappig. Ik kan er wel eens om gniffelen. Ze is dan eigenlijk wel best schattig. Op instagram is er een speciale hashtag gewijd aan de grappige redenen waarom kindjes soms in elkaar storten  #reasonsmykidiscrying. Zeer herkenbare taferelen, waardoor je weet: het ligt niet aan mij of mijn kind. Het hoort erbij.

Meestal gaat het echter gepaard met een volledige meltdown, die niet meer zo grappig of schattig is. Van het soort dat je kindjes wel eens ziet hebben in de winkel. Ze smijten zichzelf op de grond, met een rood gezicht vol tranen en snottebellen en krijsen de boel bijeen. Het soort waarvan je vroeger, in al je naïviteit, nog gezworen hebt: “bij mij zou het niet waar zijn, zenne!” Haha, guess again.

screaming toddler

Je kan op zo’n moment weinig anders doen, dan hopen dat het snel voorbij gaat. Hoe meer je probeert de gemoederen te bedaren, hoe meer de boel escaleert. Is het nog geen tijd om haar in bed te steken?

*Het is een fase, het is een fase, het is een fase, het is een fase, het is een fase, het is een fase, het is een monster, het is een fase, het is een fase, het is een fase…*

Me, myself and I

Ik heb een alter ego. Bijna iedereen heeft er wel zo eentje. Het is dat negatieve stemmetje in je hoofd. Het vertelt je dat je iets niet kan, dat het niet goed genoeg is en dat het nooit zal lukken. Mijn alter ego is behoorlijk onzeker. Ze heeft weinig zelfvertrouwen. Ze zegt bijvoorbeeld: “Jess, waarom doe jij in godsnaam mee aan de Ten Miles?! Je gaat er niets van bakken! Straks ben je geblesseerd en waar sta je dan? En trouwens, je gaat je vriendin ophouden, wil je dat op je geweten hebben?”

Ze maakt er vaak een puinhoop van. Net als ik denk dat ik al mijn gedachten op een rijtje heb, komt ze toch weer met een tegenwerping op de proppen. Ze gooit alles door elkaar, laat enkele van mijn goede ideeën spoorloos verdwijnen en gaat dan geamuseerd, achterover leunend, zitten toekijken hoe ik het weer allemaal niet meer weet. Ze schept er plezier in om ervoor te zorgen dat ik de kluts kwijt ben. Daarom noem ik haar “Mess”.

Mess is ook ontzettend koppig. Da heeft ze natuurlijk van geen vreemden, al noem ik mijzelf liever vastberaden. Als ik haar geen gelijk geef en toch doorga met mijn plannen, kan ze daar absoluut niet tegen. Na de Ten Miles (die dus wél ontzettend goed verliepen) knalde ze dan ook stampvoetend een deur ergens in mijn hoofd achter zich dicht, om me enkele dagen lang de silent treatment te geven.

Het doet dan wel deugd, om haar even niet meer te horen. Ik kan weer ademen, uitzoeken wat de toekomst verder zal brengen. Ik ben een piekeraar, maar kom vlotter tot oplossingen als haar negatieve uitlatingen mijn denkproces niet overstemmen. Brainstormen mag je in mijn hoofd nogal letterlijk nemen, als zij besluit te komen donderen.

Een zaadje werd geplant tijdens de Ten Miles. Ik had er al eerder aan gedacht. Stilletjes, zodat Mess het niet kon horen. Een marathon in het najaar? Nog eens meedoen aan de marathon van Eindhoven? Mijn eerste en vierde marathon liep ik daar. Het is een fantastische wedstrijd met enorm veel sfeer en een vlot parcours. Door het hardop uit te spreken tijdens de Ten Miles, was Mess natuurlijk weer op haar achterste poten gaan staan.

Toen ze haar nederlaag van zondag te boven was gekomen, kwam ze dus weer uit mijn bovenkamer gekropen. “Hoe ga je dat flikken? Lange duurlopen van drie uur, weet je nog? Je was telkens na die duurlopen niks meer waard in het verleden. En je hebt twee kindjes! Dat gaat toch allemaal niet!? Steek dat idee maar gauw weer weg”, zei ze met gefronste wenkbrauwen. Ze spelt me graag de les, denkt dat ze alles beter weet. Natuurlijk begon ik weer te twijfelen. Ze heeft waarschijnlijk gelijk. Wat een idee ook!

Terwijl Mess het duiveltje op mijn schouder is, heb ik gelukkig ook een engeltje op de andere schouder, Tess. Ze is geduldig, zachtaardig, spreekt me moed in. Alleen is ze zo bang van conflicten, dat ze een jaar lang de benen nam. Het stormde in mijn hoofd net iets te hard om haar een veilige thuishaven te kunnen bieden. Ze kwam onlangs schoorvoetend terug opduiken en nam onderweg wat zonnestraaltjes mee. Tegengewicht voor het gedonder.

Vandaag, tijdens een kort herstelloopje, nam Tess me bij de hand. Ze trok me mee, want mijn benen voelden nog wat stram. “Wat denk jij, Tess? Zou het lukken? Kan ik dat wel allemaal?”, vroeg ik. “Wat als ik mezelf en mijn omgeving moet teleurstellen?” Ze kneep even bemoedigend in mijn hand. “Maar schat toch, wat als je jezelf en iedereen kan tonen dat ALLES mogelijk is?”

whatifyoufly

Save

Save

De Ten Miles van Antwerpen – het verslag!

Ik zat in een funk. Al eventjes. Er passeerden wat betere maanden, maar toen kwam ik toch weer even mezelf en wat donkere wolken tegen. Ik was prikkelbaarder. Wat meer neerslachtig. Vond weinig motivatie om dingen aan te pakken, mezelf nog het minst. Ik bezeerde mijn rug door een stomme stoot waar een dochter en een glijbaan bij betrokken waren. Mijn loopschoenen stonden zich weer enkele weken in de kast te vervelen.

Ik stapte uit de auto, op de parking van de Makro in Deurne, waar ik met Christina afgesproken had. “Ik heb geen goesting”, zei ik. “Had ik niet met jou afgesproken, ik was niet gekomen”. Zo gaat dat, als je in een funk zit. Je hebt geen zin in dingen waar je anders massa’s zin in hebt. “We gaan gewoon genieten”, antwoordde Christina, terwijl ze mij eens goed vastpakte, dus ik besloot het te proberen. Niets zo goed om uit een funk te geraken, dan een oprechte knuffel van een goede vriendin.

We namen de tram naar Linkeroever, haalden onze nummers op en wandelden wat rond om de tijd te doden. Onze wave startte pas om 15u30. Ik had nog steeds geen goesting, al hielp de sfeer wel een beetje om er wat in te komen. We hadden geen doel, hadden we afgesproken, behalve uitlopen. Enfin, als we dan toch een richttijd moesten zeggen, graag onder de twee uur.

Op de expo begon de goesting toe te nemen. Ik voelde me bijna weer een “echte” loper. We passeerden een standje waar gratis tempobandjes lagen per doel en de tussentijden die je dan elke kilometer zou moeten halen. Dat van de twee uur was zwart. Niet zo’n toffe kleur. Dat van 1u50 was groen. “Laten we dat gewoon proberen”, zeiden we tegen elkaar.

Ik belde met Kato, die in de zelfde wave zou starten, maar we waren niet in elkaars buurt. Ze zou haar gsm mee afgeven met haar bagage, dus we konden niet meer afspreken. Christina en ik gingen dus in het startvak staan en namen nog een selfie. De goesting was nog niet helemaal daar, maar ik had toch al niet meer de neiging om gewoon terug naar huis te gaan.

18121194_10211514891081666_7682621073133372476_o

Wonder boven wonder stond Kato plots naast ons. Ongelooflijk, tussen zo’n mensenmassa elkaar toch zomaar vanzelf vinden. We tjokten dus samen verder naar de start en hadden opeens door dat we helemaal als allerlaatste in het startvak stonden. Ondertussen was het al bijna 16u en waren er dus al een half uur lang lopers uit onze wave aan het vertrekken. Het zou dus 16km lang mensen inhalen worden. Kicken!

IMG_20170423_155602.jpg

Kato ging voor 1u44. Wow, zot! Dat gingen wij toch niet kunnen hoor. Allez, Christina misschien wel, maar ik? No way! Ik liep op trainingen meestal nog geen 8km/u en voor 1u44 moet je 9km/u gemiddeld lopen.  Toen het startschot ging, waren we Kato  dus al meteen kwijt, maar Christina en ik zouden samen blijven, no matter what. Ik had wat schrik dat zij zich ging moeten inhouden voor mij en hoopte dat ik haar niet te hard zou ophouden.

We begonnen te lopen en plots was de goesting daar. Ik kreeg kippenvel en dit was nog maar de eerste keer van ongeveer 30 keer dat ik tijdens het lopen nog “kiekeboebels” zou krijgen. Ik keek op mijn Garmin om zeker te zijn dat we niet te snel zouden lopen en Christina hield haar hartslag in het oog… om er vervolgens helemaal geen rekening mee te houden en sneller te lopen dan de bedoeling was.

Het ging vlot. Te vlot. We liepen soms 11km/u, maar meestal rond de 10km/u. Soms zakten we wat terug, als het bergop ging in de tunnels of als we opgehouden werden door de mensenmassa. De hele tijd haalden we andere lopers in. Ik kon niet stoppen met lachen, babbelen, zingen en meebewegen op de muziek die overal speelde. Ik droeg geen hartslagmeter, maar voelde dat mijn hartslag totaal niet hoog ging. Ik hijgde zelfs amper. Absurd!

Toen we bijna halverwege waren, kwamen we opeens Kato weer tegen. Het ging voor haar ook heel vlot en we liepen ongeveer even snel, dus automatisch bleven we bij elkaar. De kilometers bleven onder onze voeten wegrollen. Er was zoveel sfeer, veel supporters, muziek… En nog steeds bleven we andere lopers voorbij steken. Ik voelde dat mijn conditie meer kon, dan mijn benen aan konden. Mijn knie voelde wat stroef en in mijn liezen ontwikkelde zich ook een soort trekkend gevoel, maar conditioneel liep ik echt op wolkjes. Al lopend begon ik Kato zelfs warm te maken voor de marathon in Eindhoven in het najaar. Hoezo, runner’s high?

Aan de Waaslandtunnel kon het aftellen beginnen. We sjeesden als vanzelf naar beneden. Ik wist dat het even klimmen zou zijn om er weer uit te lopen, maar dan waren we er bijna. Doordat ik in mijn trainingen best vaak op heuvels loop, vaak met mul zand, was het bergop lopen voor mij helemaal niet zo moeilijk. Ik voelde me een berggeitje en huppelde bijna naar boven. Het was natuurlijk iets zwaarder dan gewoon vlak te lopen, maar helemaal niet zo moeilijk als ik me herinnerde van de vorige keren dat ik meeliep. Ook bergop haalden we de ene loper na de andere in. Achteraf zou blijken dat we zo’n slordige 6000 mensen voorbij gestoken zijn.

Christina zei een paar keer dat ik maar moest doorlopen, want zij had het iets zwaarder, maar geen haar op mijn hoofd dat daar aan dacht. Kato zei dat ze ook bij ons zou blijven, nu we samen al zo ver gekomen waren. We trokken dus aan de onzichtbare draad die ons met Christina verbond en moedigden haar aan om nog éven alles te geven wat ze nog in zich had. Blijkbaar had ze zelfs nog een spurtje in haar benen zitten om de laatste 100 meter door te vlammen. Goed gedaan! Na 1u en 39 minuten vlogen we over de finish!

Voor Christina was het de eerste keer dat ze meeliep, voor Kato en ik de eerste keer sinds we op twee jaar tijd allebei twee kindjes kregen. Wat een overwinning! Wat een souplesse! Ik kan nog altijd niet geloven hoe vanzelf het ging. Ik heb geen moment afgezien, had heel de tijd het gevoel dat er zelfs nog méér in zat… Alsof ik helemaal geen drie jaar heb stilgelegen. Letterlijk dan. Onvoorstelbaar.

IMG_20170423_173922.jpg

En die funk? Helemaal weg is hij nog niet, maar er kwam toch alvast een dikke zonnestraal tussen de wolkjes piepen! Met dank aan mijn lieve vriendinnen en mijn loopschoenen.

Ten oorlog

Er zijn enkele vijanden in de moestuin. Zeker als je liever geen gebruik maakt van allerlei chemische goedjes, is het een hele uitdaging om deze oorlog te winnen.

Soms is de vijand onzichtbaar. Je merkt plots dat er geen plantjes meer staan, daar waar er gisteren nog stonden. Of je ziet dag na dag je jonge slaplantje meer en meer aangevreten worden, tot enkel de nerven er nog staan. Het is echter moeilijk strijden tegen een vijand die je niet kent.

17493144_10211222821220102_9191587328315350587_o

Slakken zijn vaak usual suspects. Dus strooi je biologische slakkenkorrels, maar die gaan dan weer schimmelen als ze nat worden. Proper. Ook leg je van die lelijke “slakkenborstels” rond je planten, waar slakken naar het schijnt doodleuk alsnog over kruipen. Je gaat ’s avonds, wanneer het begint te schemeren, op slakkenjacht, maar komt van een kale reis terug. Dan toch geen slakken? Ik dacht dat er andere beesten aan het werk moesten zijn. Misschien was het deze creepy crawly, die ik ergens vond? Een rups van een nachtvlinder, naar het schijnt…

IMG_20170330_184925.jpg

Tot ik toevallig keek onder een plank die op het gras vlak naast de moestuin lag. Deze hing onderaan VOL slakken! Slakken schuilen overdag graag onder zo’n voorwerpen, zodat ze ’s avonds weer hun slagje kunnen slaan. Ik legde dus allemaal planken rondom de moestuin op het gras (in afwachting van schors) en ga nu elke dag rond met een potje om alle slakken te verzamelen en aan de kippen te voederen. Als je weet dat slakken een klein jaar leven en voor zo’n 500 nakomelingen kunnen zorgen, kan je maar beter zien dat je er zo veel mogelijk in een vroeg stadium naar de eeuwige jachtvelden bonjourt! Ik weet niet wat er groeit op jachtvelden, maar daar mogen ze van mijn part blaadjes snoepen zo veel ze willen. Als ze maar van mijn plantjes afblijven!

IMG_20170330_124906.jpg

Een andere vijand is onkruid. Enfin ja, wat is onkruid? Sommige dingen die spontaan ergens beginnen te groeien zijn eigenlijk best mooi.

17637213_10211282248425745_6624825004150082261_o

De definitie van onkruid is een plant die groeit, daar waar jij hem niet hebben wil. In het geval van de moestuin: daar waar jij liever jouw eigen gezaaide plantjes wil zien opduiken, in plaats van, bijvoorbeeld, honderden esdoornzaailingen.

Het eerste jaar dat we de moestuinbakken hadden geïnstalleerd, hadden we nauwelijks onkruid. De bakken waren gevuld met potgrond, waar niks onkruidzaadjes in te bespeuren waren. Vorig jaar had ik al een pak meer onkruid en bovendien beging ik een fatale fout. Ik liet onkruid in het zaad komen. What a mistake to make! Als je onkruid tijdig uittrekt, is er niet veel aan de hand. Het gaat met wat voedingsstoffen lopen die je liever je eigen plantjes gunt, maar verder heb je er weinig last van. Maar als onkruid voor nageslacht zorgt, door in het zaad te schieten, zit je nadien echt wel met een MASSA onkruid… Daardoor zie je dan niet meer duidelijk waar je eigen zaailingen zitten. Zeker als je per ongeluk vergeten bent je gezaaide rijtje te markeren.

Wat zegt u? Van ver ziet dat er nog best ok uit…?

IMG_20170330_132324

Maar wacht, ik zal eens inzoomen.

IMG_20170330_132234

Dat, mijn vrienden, is ONKRUID. It’s eeeeverywhere! Dit is een foto van de bak, bestemd voor de vruchtgroenten, waarin ik zelfs nog niks gezaaid heb! Dat belooft.

Ik moet nog iets toegeven. Het zijn niet eens allemaal plantjes waar ik eigenlijk niks mee kan doen. Want ik heb nog een andere fatale fout begaan, toen ik bezig was mijn baby en mezelf in leven te houden in plaats van mijn moestuin. Ik heb zelfs sommige groenten niet geoogst of laten doorschieten, waardoor de moestuin ook nog eens vol groentenzaden ligt, die nu vrolijk beginnen te kiemen dankzij de heerlijke temperaturen.

Soit, dit jaar ga ik dus proberen zo veel mogelijk kiemplantjes te leren herkennen. Van mijn eigen gezaaide zaadjes, maar ook van onkruid. De Facebook-groep “Welke plant is dit?” is daarbij een zeer handige tool. Aangezien ik sowieso het traditionele rijtjes-moestuinieren wil loslaten en er een meer dynamisch gebeuren van wil maken, zal die kennis later zeker nog van pas komen!

In tussentijd, à la guerre comme à la guerre!

 

 

Oops, I did it again

Ik liep per ongeluk 17 kilometer. ’t Is te zeggen. Ik deed een oproepje in een lokale Facebook-groep, op zoek naar een loopmaatje. Ik kreeg een berichtje van een vrouw in de buurt. Zij liep vroeger veel en lang, maar had door een val gas moeten terugnemen. Nu liep ze ongeveer een half uurtje. Ze wilde graag terug opbouwen naar meer, maar vond niet altijd de motivatie. Een loopmaatje zou haar misschien kunnen helpen.

Zo gezegd, zo gedaan. We spraken af bij haar thuis, niet ver van een stuk bos. We zouden samen een half uurtje lopen om te kijken of we ongeveer hetzelfde tempo hadden (dat was het geval) en daarna “zou ik wel zien”. Dat soort dingen leveren bij mij meestal interessante loopjes op…

Na een half uurtje keerde zij dus terug naar huis en besloot ik op goed geluk een route te volgen, die aangeduid stond met een groen rechthoekje. Ik had eerder al gemerkt in andere bossen in de buurt, dat de groene rechthoekjes meestal de kortere routes zijn. Zo ook hier: na een kleine drie kilometer was ik al rond en was mijn loophonger nog niet gestild. Er passeerde ook een route met een blauw ruitje. Dat zijn meestal de middellange routes. “Och, waarom niet, als het niet gaat kan ik altijd nog wandelen”.

Ik liep en liep en ontdekte weer nieuwe stukjes op enkele kilometers van mijn huis, waar ik nog nooit geweest was. Ik luisterde naar muziek, genoot van het zonnetje en voelde mijn benen bijna vanzelf bewegen. Na een tijdje had ik door dat die “middellange” route vooral lang was, en niet zo heel erg middel. Maar mijn benen lieten weten dat het allemaal ok was, dus ik bleef gewoon lopen.

Een kleine kilometer voor ik terug aan mijn auto was, zag ik dat ik al  meer dan twee uur aan het lopen was. Ik had al zeker een half uur niet meer op mijn klok gekeken! Ik was helemaal in the zone geweest. Ik besloot dat het welletjes geweest was, begon te wandelen en ontdekte dat ik net geen 17 kilometer had gelopen. Zot! Alle twijfel of ik wel 16  kilometer zou kunnen lopen op 23 april, is bij deze dus verdwenen.

Antwerp, here I come!

Groene vingers… of toch doen alsof

Lang wist ik nooit goed wat ik op het regeltje “Hobbies:………..” moest invullen. Velen beoefenden een sport, speelden een muziekinstrument of hadden andere interesses. Ik had er eigenlijk geen. Of jawel, ik begon telkens met belachelijk veel enthousiasme aan iets nieuws, maar als het nieuwe eraf was werd ik het beu en zat ik daar met een hele collectie kleurpotloden, scrapbookmateriaal of een ongebruikt, peperduur scoutsuniform dat mijn grootouders gesponsord hadden. Niets bleef ooit duren, ik geraakte op alles bijzonder snel uitgekeken.

Lopen was één van de eerste hobbies die een gevestigde status kreeg. Een aantal jaar geleden kwam daar (moes)tuinieren bij. Nu heb ik eigenlijk totaal geen groene vingers. In huis slaag ik er nooit in kamerplanten lang in leven te houden. Te weinig water, te veel water, te weinig zon, te veel zon, te weinig klassieke muziek, … Het zijn geniepige kerels, die planten. Plots hangen ze slap of verliezen ze al hun bladeren (I’m looking at you, ficus!!!) en voor je het weet zit je weer met een kale, of juist een zeer krokante plant.

Op de één of andere manier zijn mijn vingers buiten net iets groener. Buitenplanten zijn vergevingsgezinder, lijkt het. Het teveel aan water trekt de grond in en te weinig water is in ons Belgenlandje ook niet rap een probleem. Ik maak nog geregeld fouten, maar buiten valt dat allemaal zo hard niet op. Daarbij, moet je iets goed kunnen om het je hobby te mogen noemen? Nee toch!?

Ik begon drie jaar geleden met een kleine moestuinbak op poten. Ik kocht één broccoliplantje, één aardbeienplantje, wat kruiden en zaaide zelf wat snijsla, radijsjes, rucola en spinazie. Het werd best een succes, hoewel de boel vanaf juli wel volledig verkommerde, toen ik een baby vond tussen de bloemkolen.

bak op poten

Het tweede jaar breidde de moestuin uit met 6 bakken van zo’n 1m op 1m20. Ik las over het concept van vruchtwisseling, waarbij groenten in 6 groepen worden ingedeeld en je elke groep het volgende jaar laat doorschuiven naar een volgend bed, zodat ze nooit jaren na elkaar op dezelfde plaats staan. Dit verkleint namelijk de kans op allerlei ziektes en plagen die je groenten kunnen teisteren, zodat je zonder chemische bestrijdingsmiddelen kan telen. Ik kocht opnieuw redelijk wat plantjes in het tuincentrum, maar zaaide toch ook het één en het ander. Ik oogste toen vooral prinsessenboontjes, courgettes, pompoenen, super veel sla en radijzen, wat tomaten en behoorlijk wat aardbeien.

boontjes

Vorig jaar was de moestuin één grote ramp. De weersomstandigheden waren slecht (zeer nat voorjaar, hete zomer) en het krioelde van de slakken en andere mormels die soms op één nacht tijd al mijn courgette- en pompoenplantjes verorberden. En dan was er natuurlijk ook baby 2, die niet gewoon tussen de bloemkolen gevonden werd, maar die ons leven op dramatische wijze in gekatapulteerd werd met een paar sterke longen, waardoor de moestuin (samen met ongeveer alles anders) volledig naar de achtergrond verschoof. Ik zag de moestuinbedden even weinig als mijn eigen bed. Als men oogst wat men zaait, hadden wij blijkbaar de variëteit “huilbaby” gekweekt. Toen ik onlangs mijn kop terug buiten stak, trof ik een ravage aan in de moestuin.

ravage.jpg

En dan nu… Het vierde jaar. Het kriebelt. Zaad wordt besteld, plantjes gekocht, de bedjes geprepareerd… Bovendien worden plannen gesmeed om de klassieke strakke teelt in de bakken een beetje te gaan verlaten en over te gaan naar een siermoestuin. Want ik geef toe, die grijze bakken, dat is niet bepaald mooi om naar te kijken. Onze tuin is niet zo heel diep, maar wel heel breed. We hebben meters beukenhaag waar we op kijken. Ook niet erg afwisselend. Ik speel al lang met het idee om een fleurige border aan te leggen. Dus dacht ik: waarom geen mooie border die ook nog eens grotendeels eetbaar is?

kiemen.jpg

Omdat het moestuinvirus ook veel van onze vrienden besmet heeft en ik regelmatig vragen krijg, plan ik vanaf nu mijn vorderingen op deze blog bij te houden. Met vallen en opstaan, want ik ben er nu al van overtuigd dat er weer vanalles in de patatten zal vallen, dat de boel in de soep zal draaien, we met de gebakken peren zullen zitten… you get it.

Maar hey, als ik over mijn stommiteiten schrijf, hoeven jullie ze al niet meer te herhalen. You’re welcome. Vanaf nu dus een nieuwe rubriek: Groene vingers … of toch doen alsof. Fake it until you make it, baby! #yolo!

yolo

Save

Alsof het niks was

En toen was het zo ver. Nog geen twee maanden na mijn start-to-run-again liep ik alweer één uur. Een volledig uur. Lopen. Ikke. Niet wandelen, niet pauzeren. Gewoon lopen! Alsof het niks was.

Dat is het natuurlijk niet. Voor mijn gemoed in ieder geval niet. Het doet iets met me: opnieuw de deur achter me dicht kunnen trekken en zomaar een uur gaan lopen. Naar muziek luisteren, wat ik thuis al lang niet meer deed, omdat ik dat “lawaai” niet kon verdragen. Genieten van de natuur, die – samen met mij – stilaan ontwaakt uit haar winterslaap. Ik weet niet wie van ons het hardst bruist om er terug in te vliegen.

Mijn lijf lijkt te zeggen: “Hèhè, dat werd tijd!”. Het weet nog perfect hoe het moet. Geen enkele vezel stribbelt tegen. Of ik nu een uur loop, of twee uur, het zou waarschijnlijk allemaal eender zijn. “Laat maar komen”, denken mijn voeten. “Eindelijk weer wat sneller mogen slaan”, klinkt het vanuit mijn hart.

En mijn hoofd? Dat maakt plaats. Grote kuis. Op het bordje “Verboden te storten” staat gelukkig niets geschreven over zwerfgedachten.

Uitdagingen

Wie me kende tijdens mijn “hoogdagen” op het gebied van sporten, weet dat ik mezelf graag uitdaag. Ik begon in 2006 met lopen om mijn hoofd leeg te maken, maar blééf lopen dankzij het ontdekken van loopwedstrijden. Ik vond het zalig om de lat voor mezelf altijd nét iets hoger te leggen. Een marathon lopen, een snelle 5 of 10K, dan weer een trail in de Ardennen, een triatlon hier of daar, … Allemaal uitdagingen die ervoor zorgden dat ik het sporten boeiend bleef vinden. Zomaar lopen óm te lopen vond ik maar saai.

Toen ik dus enkele weken geleden terug begon te lopen en ontdekte dat mijn conditie bijna als vanzelf terug kwam, duurde het niet lang voor het weer begon te kriebelen. Een halve marathon in het najaar? Maar dat duurt nog lang… En toen begon mijn vriendin Christina over de Ten miles van Antwerpen. 23/4/2017… Oei, dat was niet lang meer… En ik was nog helemaal niet lang terug aan het lopen…

Na wat rekenen en mezelf afwisselend oppeppen (“maar natuuuuuurlijk zal da lukken”) en voor gek verklaren (“wa doe ik mezelf toch weer ààn???”) won het competitiebeest in mezelf. Bibi is ingeschreven. Niet dat ik daar potten ga breken. Maar dat het een overwinning zal zijn op mezelf als ik dat spel daar uitloop, dat is duidelijk. Meteen een mooie manier om af te rekenen met een héél zwaar jaar, een weekje na L. zijn eerste verjaardag

Ik heb maar één doel: uitlopen. Of nee, nog één: me amuseren. Christina en ik hebben al afgesproken dat we hoe dan ook samen blijven. Voor haar zal het de eerste keer zijn dat ze deze wedstrijd loopt. Ik liep hem al enkele keren, maar steeds was ik een pak beter voorbereid dan nu.

Dus voilà, het aftellen is begonnen en de trainingskilometertjes stapelen zich alweer op. Go, go, go!

Just keep running

Ik weet niet hoe vaak ik in mijn leven al gestart en gestopt ben met bloggen. Al vaak, in ieder geval. Soms heb ik er geen zin meer in en dan ligt mijn blog weer een hele tijd stil. Soms begin ik dan gewoon weer te schrijven of heb ik zin om met een nieuwe lei te beginnen en start ik een hele nieuwe blog.

Ik weet ook niet hoe vaak ik al gestart en weer gestopt ben met lopen. Minder vaak, dat wel. Meestal moest ik noodgedwongen een tijdje stoppen als ik een blessure had. Lang duurde die loopstop dan nooit. In oktober 2013 werd ik zwanger, sukkelde ik met bekkeninstabiliteit tijdens en een volledig jaar na mijn zwangerschap. Een jaar na mijn bevalling startte ik vol goede moed terug met lopen, maar deed mijn bekken al gauw terug pijn. Ik borg mijn (nieuwe) loopschoenen weer op en werd vlak erna opnieuw zwanger.

Deze keer had mijn lichaam na de zwangerschap minder moeite om te herstellen. Ondanks dat het een spoedkeizersnede werd, recupereerde mijn lichaam behoorlijk goed. Van mijn bekkeninstabiliteit had ik al gauw helemaal geen last meer. Mijn psyche had het zwaarder. Een post-traumatische stress-stoornis gecombineerd met oververmoeidheid en frustratie doordat ik ’s nachts elk uur werd wakker gemaakt door een huilende baby… Geen haar op mijn hoofd dat er over dacht het lopen weer op te pikken. Schrijven had me misschien geholpen, maar als je alleen maar kan schrijven hoe moeilijk je het hebt, hoe lang duurt het dan vóór je lezers je beu zijn?

Ongeveer twee maanden geleden begon ik terug met lopen. Ik vond een stuk van mezelf terug, een deel van mijn identiteit dat ik al lang geleden was kwijt geraakt. Vandaag heb ik besloten ook het bloggen weer op te pikken. Ik herlas oude blogposts op zoek naar inspiratie voor afwisseling in mijn looptrainingen en besefte dat het bijhouden van een (loop)blog toch vooral voor mezelf een toegevoegde waarde heeft. Mijn progressie kunnen volgen, mezelf oppeppen in moeilijke tijden, … Zelfs als ik de enige ben die mijn berichtjes leest, zal ik er hopelijk terug de voldoening uit halen die ik er vroeger in vond.

Als er anderen meelezen: (opnieuw) welkom. Ik weet nog niet waar ik met deze blog naartoe wil, maar dat zullen we dan wel zien…